Bij veel digitale toetsen krijgen kandidaten enkel te zien of ze een vraag goed of fout hebben gemaakt en indien toegestaan mogen ze ook het juiste antwoord zien. Het blijkt dat dit vrij ‘magere’ feedback is waar kandidaten niet veel van leren. Met concepten als lerend kwalificeren, programmatisch toetsen en formatief evalueren is er steeds meer aandacht voor het geven van goede feedback. Feedback dat een positief effect heeft op leren. In dit overzichtsartikel van Nationaal kennisinstituut Onderwijs, geschreven door Judith Gulikers (Wageningen University & Research), Tamara van Schilt-Mol (Hogeschool Arnhem Nijmegen) en Liesbeth Baartman (Hogeschool Utrecht) staat een overzicht van onderzoeken met betrekking tot feedback en wanneer het effectief is.
Een aantal onderzoeksresultaten die genoemd worden in het artikel zijn ook toepasbaar op digitaal toetsen, ik haal er een aantal uit:
1. Formatieve toetsing: feedback werkt zolang er nog geleerd wordt
Inhoudelijke feedback heeft vooral effect wanneer het leerproces nog gaande is. Als een leertraject is afgerond, doen kandidaten doorgaans weinig meer met feedback.
Dat maakt inhoudelijke feedback vooral geschikt voor formatieve toetsen: toetsen die bedoeld zijn om te leren en te verbeteren. Bij summatieve toetsen, die dienen als afsluiting of op basis waarvan een beslissing wordt genomen heeft feedback minder leereffect en wordt deze vooral gezien als toelichting of verantwoording van het resultaat.
2. Inhoudelijke feedback: meer dan goed of fout
Correctieve feedback (goed/fout) heeft een beperkt positief effect op leren. Uit onderzoek blijkt dat inhoudelijke feedback een veel sterker effect heeft. Daarbij gaat het om feedback die ingaat op het waarom achter een antwoord.
Bij open vragen ligt dit voor de hand: daar kan een beoordelaar gericht feedback geven op het antwoord van de kandidaat. Maar ook bij gesloten vraagtypen is inhoudelijke feedback mogelijk. Denk bijvoorbeeld aan feedback op het niveau van een specifieke antwoordoptie.
Wanneer gesloten vragen kwalitatief goed zijn ontwikkeld, bevatten ze aantrekkelijke afleiders. Kandidaten die de stof beheersen, herkennen het juiste antwoord. Wordt een afleider gekozen, dan biedt dat juist een kans om niet alleen taakgerichte feedback te geven (“dit is niet correct”), maar ook procesfeedback: uitleg over de onderliggende denkfout of het misconcept. Zo leren kandidaten principes toepassen die ook in andere situaties van pas komen.
3. Het moment van feedback: timing doet ertoe
Niet alleen wat je terugkoppelt is belangrijk, maar ook wanneer.
Bij toetsen die gericht zijn op het oefenen van eenvoudige vaardigheden kan directe feedback, vlak na het beantwoorden van een vraag, het leerproces versterken. Procedures en regels worden zo sneller geautomatiseerd. Veel toetssoftware biedt hiervoor specifieke instellingen.
Bij complexere kennis werkt uitgestelde feedback juist beter. Kandidaten worden dan eerst uitgedaagd om zelf na te denken en verbanden te leggen, voordat ze feedback ontvangen. Ook dit moment is vaak flexibel in te stellen binnen digitale toetsomgevingen.
Rijkere feedback als onderdeel van het leerproces
Door rijkere vormen van feedback in digitale (kennis)toetsen in te zetten, kunnen kandidaten feedback actief gebruiken tijdens hun leerproces. Voor opleidingen die werken met lerend kwalificeren of programmatisch toetsen vormt zo’n toets bovendien een waardevol datapunt binnen het geheel aan informatie dat nodig is om onderbouwde beslissingen over kandidaten te nemen.
Kortom: het loont om bewust na te denken over feedback in digitale toetsen.
Maak jij al gebruik van de feedbackmogelijkheden binnen jouw toetssoftware?



