02-20-2026

Het blijvende belang van kennistoetsen

7
min leestijd
Monique Houtman

De afgelopen jaren is er in het onderwijs, binnen het mbo, hbo en wo, een duidelijke beweging zichtbaar richting formatieve evaluatie en feedbackgericht leren. Met concepten als lerend kwalificeren en programmatisch toetsen verschuift de focus van één beslissend toetsmoment naar een doorlopend ontwikkelproces. Studenten krijgen meerdere kansen om te laten zien hoe zij zich ontwikkelen, competenties opbouwen en eigenaarschap nemen over hun leerproces.

Deze ontwikkelingen roepen regelmatig de vraag op of de klassieke kennistoets nog wel een plek heeft binnen het onderwijs. In verschillende onderwijssectoren klinkt de gedachte dat, als feedback en formatief handelen centraal staan, toetsen die primair kennis meten hun functie verliezen.

Toch blijft de kennistoets een essentieel instrument. Niet als losstaand eindpunt, maar juist als een waardevolle en logische aanvulling binnen een toetsbeleid.

1. Kennis blijft het fundament van professioneel handelen

Handelen, redeneren en beslissen zijn onlosmakelijk verbonden met kennis. Vaardigheden en competenties krijgen pas betekenis wanneer zij worden ondersteund door een solide kennisbasis. Een student kan in een praktijksituatie ogenschijnlijk adequaat handelen, maar zonder voldoende onderliggende kennis wordt dat handelen kwetsbaar, inefficiënt of zelfs onveilig. Bijvoorbeeld omdat kandidaten niet weten of kunnen uitleggen waarom hun beslissing de juiste is.  

Kennistoetsen helpen om dit fundament expliciet en toetsbaar te maken. Ze maken inzichtelijk of de benodigde theoretische kennis aanwezig is om professioneel, verantwoord en consistent te kunnen handelen. Daarmee dragen kennistoetsen direct bij aan de kwaliteit van het onderwijs en de beroepsuitoefening waarvoor wordt opgeleid.

2. Sommige beroepen en vakgebieden vereisen aantoonbare kennis

In diverse domeinen is aantoonbare kennis geen keuze, maar een vereiste. Denk aan sectoren waarin medische handelingen, veiligheid, juridische correctheid of ethische verantwoordelijkheid centraal staan. In deze contexten is het noodzakelijk dat studenten kunnen aantonen dat zij bepaalde kennis beheersen voordat zij zelfstandig mogen handelen.

Kennistoetsen spelen hierin een cruciale rol. Zowel formatief als summatief bieden zij een betrouwbaar instrument om vast te stellen of aan minimale kennisvereisten is voldaan. Binnen deze vakgebieden blijven kennistoetsen dan ook niet alleen wenselijk, maar essentieel en vaak zelfs verplicht.

3. Kennistoetsen passen binnen lerend kwalificeren en programmatisch toetsen

Een misvatting is dat kennistoetsen niet zouden passen binnen lerend kwalificeren of programmatisch toetsen. Variaties in toetsvormen passen juist heel goed binnen lerend kwalificeren of programmatisch toetsen omdat ze juist elkaar aanvullen in het gehele proces.  

Binnen deze kaders fungeert de kennistoets als één van de datapunten die inzicht geven in de ontwikkeling van de student. De resultaten kunnen worden gebruikt om gerichte feedback te geven, input te leveren voor studie- en voortgangsgesprekken en om studenten te ondersteunen bij zelfreflectie en het formuleren van leerdoelen. De kennistoets is daarmee een betekenisvol onderdeel van een rijk leerproces waarin leren en beoordelen met elkaar verweven zijn.

De waarde zit dus niet uitsluitend in het cijfer, maar vooral in wat de student met de uitkomsten doet.

4. Objectieve toetsing van een belangrijk onderdeel van competenties

Competent handelen bestaat uit meerdere componenten, zoals kennis, vaardigheden en attitudes. Hoewel niet alle onderdelen even eenvoudig objectief te beoordelen zijn, leent kennis zich daar bij uitstek wel voor. In vergelijking met gedrags- of attitude-assessments biedt de kennistoets een helder, transparant en reproduceerbaar meetinstrument.

Daarnaast zijn kennistoetsen efficiënt inzetbaar voor grotere groepen studenten en maken zij verschillen in beheersingsniveau zichtbaar. Door de inzet van digitale toetsvormen kunnen kennistoetsen bovendien adaptief, gevarieerd en contextueel worden vormgegeven. Zo leveren zij waardevolle informatie op die niet altijd of uitsluitend via praktijktoetsen te verkrijgen is.

5. Kennistoetsen veranderen van vorm en functie

Met de opkomst van digitaal toetsen is de vorm van kennistoetsen sterk geëvolueerd. Waar voorheen meerkeuzevragen domineerden, is het mogelijk om kennis te toetsen met behulp van casussen, interactieve elementen, video, audio en visuele vraagvormen. Hierdoor kan kennis op verschillende cognitieve niveaus worden bevraagd, passend bij taxonomieën zoals die van Bloom.

Daarnaast hoeft de kennistoets niet langer uitsluitend als summatieve eindtoets te fungeren. Door toetsen op te splitsen in kleinere onderdelen en deze formatief in te zetten, kunnen zij juist als leermiddel dienen. De gegenereerde feedback ondersteunt studenten in hun ontwikkelproces en maakt leren zichtbaarder en gerichter.

Conclusie: kennistoetsen als fundament voor verantwoord opleiden

Kennistoetsen behouden hun waarde binnen het mbo, hbo en wo, als onderdeel van een samenhangend toetsprogramma waarin leren, feedback en beoordelen elkaar versterken. In verschillende vormen en op verschillende momenten blijven kennistoetsen een belangrijk fundament voor verantwoord, kwalitatief en toekomstgericht opleiden.