"Kunnen we ook adaptief toetsen?" Die vraag krijgen we met enige regelmaat. En meteen daarna volgt bijna altijd de tweede: is dat iets wat je aanzet, of komt daar meer bij kijken?Het antwoord op die tweede vraag leggen we graag uit in dit opiniestuk.
Adaptief toetsen klinkt aantrekkelijk, kortere toetsen, beter afgestemd op de kandidaat, maar het vraagt vooraf iets van je vragenbank en je organisatie. Daarom hieronder een uitleg van wat het precies is, wat het oplevert en wanneer het wél en niet logisch is om het te overwegen.
Wat is adaptief toetsen?
Adaptief toetsen is een toetsvorm waarbij de toets zich tijdens de afname aanpast aan het niveau van de kandidaat. In plaats van dat iedereen dezelfde vragen in dezelfde volgorde krijgt, bepaalt de score op de vorige vraag welke vraag daarna wordt aangeboden. Meestal gebeurt dat op basis van moeilijkheid: scoort de kandidaat goed, dan volgt een moeilijkere vraag; scoort de kandidaat lager, dan wordt de volgende vraag juist iets eenvoudiger.
Wat er onder de motorkap voor nodig is
Deze aanpak steunt vaak op de item-responstheorie (IRT), waarmee de moeilijkheid van vragen en de vaardigheid van kandidaten op één schaal worden geplaatst. Daarvoor is een gekalibreerde vragenbank nodig: vragen die al meerdere keren zijn afgenomen, zodat hun moeilijkheidsgraad bekend is. Een onderliggend algoritme, met regels voor start, vragenselectie, scoring en stoppen, bepaalt welke vraag op elk moment het meest informatief is.
Wat het oplevert
Het grote voordeel is efficiëntie: onderzoek naar adaptief toetsen laat zien dat een adaptieve toets korter kan zijn dan een lineaire toets, met minstens even hoge precisie. Ook krijgen kandidaten aan de uitersten, heel sterk of juist zwak, een toets die beter bij hen past, in plaats van een toets die is afgestemd op de gemiddelde kandidaat.
Waar je rekening mee moet houden
Er zijn ook kanttekeningen. Omdat elke vraag afhangt van het vorige antwoord, kan een kandidaat niet terugbladeren om een antwoord te herzien, en is een stabiele internetverbinding meestal noodzakelijk. Ook is het voor de kandidaat lastiger in te schatten hoe goed hij of zij scoort, doordat de toets bewust vragen aanbiedt rond het eigen niveau, met een vergelijkbare kans op goed of fout. Daarnaast vraagt het opzetten van een gekalibreerde vragenbank en algoritme een flinke investering vooraf, en leent de methode zich vooral voor het meten van één afgebakende vaardigheid.
Wanneer is het interessant?
Adaptief toetsen is vooral waardevol wanneer het niveau van kandidaten sterk uiteenloopt of vooraf onbekend is. In de praktijk wordt het vaak ingezet door organisaties die al op grote schaal digitaal toetsen en genoeg afnamedata hebben om vragen te kalibreren.
Adaptief toetsen is dus geen kwestie van een schakelaar omzetten, maar de opbrengst, kortere, scherpere toetsen die recht doen aan verschillende kandidate, is de investering in een gekalibreerde vragenbank vaak waard. De vraag is niet zozeer óf het kan, maar of je vragenbank en je data al zover zijn.

.webp)

.webp)
